Jongste, nogal ziekelijke zoon van koning Willem III en koningin Sophia. Koos in de conflicten van zijn ouders de zijde van zijn moeder, waardoor hij een slechte verhouding met zijn vader had. Werd na het overlijden van zijn broer Willem in 1879 kroonprins. Woonde slechts twee keer de opening van de parlementszitting bij en had na verloop van tijd weinig belangstelling voor staatszaken of voor het leger. Trok zich als kroonprins al spoedig terug uit het publieke leven en overleed na kortstondige ziekte, waarna zijn halfzus Wilhelmina als enige troonopvolger in rechte lijn overbleef.