Gematigde patriot uit Deventer, die in 1787 en 1798 zijn functies verloor door politieke omwentelingen. Vóór 1787 was hij gemeensman van Deventer, bewindvoerder van de VOC en afgevaardigde naar de Staten-Generaal. In de Bataafse tijd kreeg hij onder meer zitting in de representantenvergadering van Overijssel en in de Nationale Vergadering, maar als lid van de commissie van Buitenlandse Zaken kreeg hij in 1798 huisarrest en werd hij enige tijd gevangengezet in Honselersdijk. Was vanaf 1802 rechter in het Nationaal Gerechtshof.