Amsterdamse advocaat en bestuurder, zoon van een drogist. Was als onafhankelijke unitariër lid van de Nationale Vergadering en van de vergadering die de Grondwet moest opstellen. Zat in de zomer van 1798 enige tijd gevangen. Werd daarna lid van het Vertegenwoordigend Lichaam, eerst van de Tweede en in 1801 van de Eerste Kamer.