Vooraanstaande patriot. Van huis uit predikant en auteur van de Staatsregeling van het Bataafsche Volk van maart 1798 (de eerste Nederlandse 'grondwet'). Was vanaf 1795 een actief lid in de Amsterdamse kring van unitariërs rond Gogel, Wiselius, Konijnenburg en Fijnje. Werd gekozen als afgevaardigde in de Tweede Nationale Vergadering, die was ingesteld nadat een eerste Staatsregeling per 'referendum' in augustus 1797 was weggestemd. Werd in deze Vergadering voorzitter van de commissie constitutionele zaken, en was belast met het schrijven van de nieuwe Staatsregeling. Steunde voluit de unitarische staatsgreep van januari 1798, en moest de politiek verlaten na een nieuwe staatsgreep in juni 1798. Ruïneerde zich vervolgens als effectenhandelaar, en sloot zijn loopbaan af als predikant.