Gelderse landedelman uit een oorspronkelijk Duits geslacht. Was officier en daarna ambachtsheer. Kreeg in 1796 tegen zijn zin zitting in de Nationale Vergadering. Behoorde daar tot de onafhankelijke leden, maar was wel voor een unitarische grondwet. Vanaf 1805 vervulde hij lange tijd bestuursfuncties in Gelderland en in 1814 zat hij in Vergadering van Notabelen. Zijn zoon werd in 1809 de jongste minister uit de geschiedenis.