Orangist uit een Fries geslacht, maar als zoon van een bestuurder van Den Bosch opgegroeid in Staats-Brabant. Werd in 1772 grietman en gecommitteerde in de Raad van State en vervulde daarna diverse bestuursfuncties in Friesland. Na vanaf 1795 ambteloos te zijn geweest, kreeg hij in 1801 zitting in het Wetgevend Lichaam. In 1807-1811 landdrost van Friesland en daarna tijdens de inlijving bij Frankrijk prefect van het departement van de Boven-IJssel