Officier van Justitie uit Brugge, die als zuidelijk lid in de Tweede Kamer tot de oppositie tegen het bewind van Willem I behoorde. Steunde onder meer de petitiebeweging in Vlaanderen. In 1829 werd zijn herverkiezing verhinderd. Na de onafhankelijkheid was hij Gouverneur, minister en volksvertegenwoordiger in België. Werd in 1836 in de adelstand verheven.