Vooraanstaand Zuid-Nederlands Tweede Kamerlid. Was in het Henegouwse Bergen advocaat en stadsbestuurder tot daar, met Franse steun, een democratisch bewind werd gevormd. Vluchtte toen naar Duitsland. Na terugkeer was hij opnieuw stadsbestuurder en werd hij lid van het Wetgevend Lichaam. Had een belangrijk aandeel in de Mijnwet van 1810. Maakte in 1815 deel uit van de commissie die vanweg de vereniging van Noord- en Zuid-Nederland de Grondwet moest herzien. Kwam als Tweede Kamerlid geleidelijk in de oppositie en werd in 1821 niet herkozen. Leidde in november 1830 de openingsvergadering van het Belgische Nationaal Congres.