Telg van een aanzienlijke en vermogende katholieke familie uit Zwolle, die, na advocaat te zijn geweest, een loopbaan als rechter doorliep. In 1848 kozen de Staten van Overijssel hem tot lid van de Dubbele Kamer. Hield zich naast zijn werk bezig met rechtsgeschiedenis, met name met betrekking tot Zwolle.