Mr. Th. Dotrenge

Eén van de bekwaamste zuidelijke oppositionele afgevaardigden. Voormalige advocaat, die een uitmuntend spreker was. Wist met sarcastische opmerkingen vaak zijn tegenstanders te prikkelen. Ging uit protest tegen de handelwijze van minister Six die zittend de Kamer had beantwoord, zelf ook onmiddellijk weer zwijgend zitten nadat hem het woord was verleend. Steunde wel de oprichting van het Collegium Philosphicum, de staatsopleiding voor priesters, en was later, vanwege zijn antiklerikale houding, minder antiregeringsgezind. In 1828 benoemd in de Raad van State.

oppositioneel ten tijde van Willem I, regeringsgezind ten tijde van Willem I
in de periode 1815-1830: lid Tweede Kamer, lid Raad van State

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornaam

Théordore

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Brussel, 11 januari 1761

overlijdensplaats en -datum
Brussel, 15 juni 1836

3.

Partij/stroming

stroming(en)
  • Vonckist, 1789
  • oppositioneel (onder Willem I)
  • regeringsgezind (later)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (3/5)

  • lid Grondwetscommissie, van 22 april 1815 tot 13 juli 1815
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1815 tot 20 oktober 1828 (voor de provincie Zuid-Brabant)
  • lid Raad van State, van 1 mei 1828 tot 8 november 1830 (benoemd bij K.B. van 22 april 1828)

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties (2/3)

  • lid commissie van advies over te nemen maatregelen voor het invoeren van de op 18 juni gesloten overeenkomst met de Heilige Stoel, vanaf oktober 1827
  • lid commissie voor het ontwerpen van een wet op het openbaar onderwijs, vanaf juli 1829

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als parlementariër
  • Stemde zowel in december 1819 als in maart 1820 tegen de tienjarige begroting

8.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/6)
  • Keerde zich in 1821 in felle bewoordingen tegen de ontwerp-Stelselwet van de ministers Falck, De Coninck en Appelius. Stelde dat het voorstel broedermoord (fratricide) betekende voor het loyale België.
  • Steunde in oktober 1830 de (mislukte) poging van de Prins van Oranje om in de Zuidelijke Nederlanden een afzonderlijk bewind te vormen.
  • Rond 1830 medewerker van het orangistische blad "De Lynx"

uit de privésfeer
Zijn vader was advocaat en vertegenwoordiger van de Prins-Bisschop van Luik bij het Oostenrijkse Gouvernement in de Zuidelijke Nederlanden

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

9.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.