Eén van de bekwaamste zuidelijke oppositionele afgevaardigden. Voormalige advocaat, die een uitmuntend spreker was. Wist met sarcastische opmerkingen vaak zijn tegenstanders te prikkelen. Ging uit protest tegen de handelwijze van minister Six die zittend de Kamer had beantwoord, zelf ook onmiddellijk weer zwijgend zitten nadat hem het woord was verleend. Steunde wel de oprichting van het Collegium Philosphicum, de staatsopleiding voor priesters, en was later, vanwege zijn antiklerikale houding, minder antiregeringsgezind. In 1828 benoemd in de Raad van State.