Brusselse oranjegezinde magistraat, die na de vereniging van Zuid- en Noord-Nederland deel uitmaakte van het voorlopig bewind in de zuidelijke provincies. Werd in 1815 minister van Waterstaat en Publieke Werken en bleef dat vier jaar. Vervulde daarna een hoge hoffunctie en werd in 1829 minister van staat. Na de afscheiding was hij senator in België.