Amsterdamse regent, die zowel ten tijde van de Republiek als onder koning Willem I belangrijke functies vervulde bij de marine. Begon zijn loopbaan als advocaat en maakte als zodanig al snel naam. Daarna onder meer advocaat-fiscaal bij de Admiraliteit van Amsterdam. Tijdens de Bataafse tijd enige maanden gevangen en ambteloos. In 1813 werd hij voorzitter van het voorlopig bestuur van Amsterdam en kort daarna secretaris-generaal (minister) van Marine. Had wetenschappelijke belangstelling, met name op het gebied van het zeewezen. Bleef ondanks zijn rijkdom betrekkelijk eenvoudig.