Tamelijk oppositioneel Tweede Kamerlid uit Breda. Was in 1829 bijvoorbeeld één van de vijf Noord-Nederlandse leden die tegen de tienjarige begroting stemden en keerde zich ook later tegen financiële voorstellen. Van huis uit, net als zijn vader apotheker en koopman. Kwam in 1795 in het bestuur van Brabant. Zijn Kamerlidmaatschap duurde, met een onderbreking van twee jaar, van 1818 tot en met 1844.