financiële deskundige tijdens de Bataafs-Franse tijd en het tijdperk van koning Willem I. Amsterdamse koopmanszoon, die na functies in het bankwezen als ambtenaar een bekwame medewerker werd van de eerste 'minister van Financiën', Gogel. Trad in 1814 korte tijd zelf op als minister (secretaris van staat), maar werd spoedig tot staatsraad benoemd. Hield zich nadien in Parijs bezig met de liquidatie van de schuld aan Frankrijk. Was in 1815 tevens lid van de Tweede Kamer geworden, maar hij werd in 1819 vanwege zijn kritische opstelling niet herkozen. In 1832 was hij betrokken bij een vergeefse poging tot Grondwetsherziening. Werd omschreven als een prettige man, met een helder verstand; een 'echt Hollandsch huisvader'.