Goudse regentenzoon die na de omwenteling van 1795 enige jaren geen kans had om bestuurder te worden. Pas onder Lodewijk Napoleon kreeg hij een bestuurlijke functie. Dankzij zijn contacten met Van Hogendorp werd hij in 1813 secretaris van de Grondwetscommissie. Werd in 1815 Tweede Kamerlid en was in 1821-1822 Kamervoorzitter. Had belangstelling voor economische vraagstukken. Was vanaf 1823 tevens lid van de Raad van State.