Tot 1787 een patriottische gezinde regent in Rotterdam, die na 1795 terugkeerde in het stedelijk en provinciaal bestuur en in 1801-1805 lid werd van het Staatsbewind. Weigerde daarna enige jaren overheidsfuncties, maar in 1811 werd hij rechter en lid van de departementale raad. In 1813 burgmeester van Rotterdam en in 1814 Kamerlid.