Telg van een Leidse staatsgezinde regentenfamilie, die net als zijn broers Kamerlid was. Was rechter en werd in 1805, toen de voormalige bestuurders waren teruggekeerd in het landsbestuur, lid van het Wetgevend Lichaam. Was na 1813 burgemeester van Amsterdam en in 1814 lid van de Notabelenvergadering die de Grondwet moest goedkeuren. Zes jaar Tweede Kamerlid als vertegenwoordiger van de Amsterdamse stedelijke elite.