Gelderse ambtsjonker, militair en hoffunctionaris, die in 1848 aan het einde van zijn loopbaan, op bijna 82-jarige leeftijd, tot Eerste Kamerlid werd benoemd om zodoende de regering van voldoende voorstemmers te verzekeren bij de tweede lezing van de Grondwetsherziening. Had zijn hele leven trouw de machthebbers gediend, eerst de stadhouder, daarna de Franse koning en keizer, en ten slotte Willem I en II.