Burgemeester van Arnhem, die in 1826 tot (zeer regeringsgezind) Tweede Kamerlid werd gekozen en veertien jaar later zitting kreeg in de Eerste Kamer. Hij behoorde tot de eersten die door de nieuwe Koning Willem II in de Senaat werden benoemd. Hij was aanvankelijk rechter. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit Deventer, waar zijn vader en grootvader burgemeester waren. Zijn vader zat bovendien zes jaar in het Wetgevend Lichaam.