Jhr.Mr. H.M.A.J. van Asch van Wijck

foto Jhr.Mr. H.M.A.J. van Asch van Wijck

Conservatief Utrechts Tweede en Eerste Kamerlid dat in 1833 door Willem I in de adelstand werd verheven. Zat tijdens de Republiek in de vroedschap van Gorinchem en was vanaf 1810 bestuurder van de stad Utrecht. Sinds 1822 Tweede Kamerlid en vanaf 1827 burgemeester van Utrecht. In de zitting 1831/1832 Kamervoorzitter. Deskundige op het gebied van het waterstaatsrecht. Stamvader van een antirevolutionair geslacht van Kamerleden.

regeringsgezind ten tijde van Willem II, regeringsgezind ten tijde van Willem I
in de periode 1822-1843: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, lid Eerste Kamer

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornamen

Hubert Matthijs Adriaan Jan

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Utrecht, 14 oktober 1774

overlijdensplaats en -datum
Woudenberg, 16 juli 1843

3.

Partij/stroming

stroming(en)
regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II; soms gematigd oppositioneel)

4.

Hoofdfuncties/beroepen (4/11)

  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 juli 1822 tot 20 oktober 1840 (voor de provincie Utrecht)
  • burgemeester van Utrecht, van 1 januari 1827 tot 1 januari 1839
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van oktober 1831 tot oktober 1832
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 oktober 1840 tot 16 juli 1843

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Nevenfuncties (2/4)

  • lid Staatscommissie tot onderzoek van de rekening der koloniale remises, 1841
  • lid Raad van Commissarissen Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij voor Gebouwen, Koopmansgoederen en meubelen, omstreeks 1842

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

6.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

7.

Activiteiten

als parlementariër (2/8)
  • Bracht in 1840 met Corver Hooft en Van Sytzama een initiatiefwet tot Grondwetsherziening (eerste lezing) tot stand om wijzigingen of verandering in het aantal Statenleden en de verdeling over de verschillende standen bij wet (in plaats van bij K.B.) te regelen, na advies van de betreffende Staten. De wijziging was volgens de indieners nodig vanwege de door de regering voorgestelde wijziging van artikel 6 over de regeling van de benoeming van provincie- en gemeentebesturen bij wet.
  • Behoorde in 1842 tot de elf Eerste Kamerleden die tegen het (verworpen) wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie stemden

In de uitgebreide versie is een overzicht van opvallend stemgedrag opgenomen.

8.

Wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in 1831 voorzitter omdat de nummer één van de voordracht, Baron van Randwijck, niet voor benoeming in aanmerking wenste te komen
  • Tweede kandidaat voor het voorzitterschap van de Tweede Kamer in 1832

uit de privésfeer
Zijn vader was kanunnik van Oud-Munster, hoogheemraad van de Lekdijk Bovendams en veenraad van de Gelderse en Stichtse venen

predicaten/adellijke titels
  • jonkheer, 26 februari 1833

9.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

10.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.