Vlaamse bestuurder die zowel in de Franse tijd als onder Willem I belangrijke functies bekleedde. Was onder meer préfect en werd in 1815 lid van de Grondwetscommissie en daarna van de Raad van State en (tegelijk) van de Tweede Kamer. Willem benoemde hem in 1820 tot Gouverneur van Noord-Brabant, maar daar lag hij spoedig overhoop met de gedeputeerden en was zijn familie impopulair. Raakte toen overspannen. Hij werd weggepromoveerd naar West-Vlaanderen als opvolger van Van der Fosse die Gouverneur in Henegouwen werd. Was ook daar geen succes en kreeg uiteindelijk een zetel in de Eerste Kamer.