Ultraconservatieve staatsman en jurist uit de periode vóór 1848. Rotterdamse regent, die in de Bataafse Tijd belangrijke bestuurlijke functies vervulde en onder de Franse Republiek president van het Keizerlijk Gerechtshof was. Werd door Lodewijk Napoleon belast met het bewerken van de Code Napoleon. Na 1813 staatsraad en Eerste Kamerlid. Was ook toen betrokken bij de invoering van nieuwe wetboeken. Nam na het onvrijwillige aftreden van minister Beelaerts in 1840 financiën waar. Wenste als Kamervoorzitter in 1845 de koning geluk met de afwijzing van de voorstellen van de Negenmannen (voorstellen voor een liberale Grondwet).