Gelderse orangist, die tijdens de Republiek bestuurder op de Veluwe was en afgevaardigde naar de Staten-Generaal. Keerde, na een periode van ambteloosheid, in 1802 terug in het bestuur en had zitting in het Wetgevend Lichaam onder Lodewijk Napoleon. In 1814 besliste hij als lid van de notabelenvergadering over de nieuwe Grondwet en in 1815 deed hij dat opnieuw als lid van de Dubbele Kamer. Daarna kreeg hij, als regeringsgezinde, zitting in Tweede en vervolgens Eerste Kamer.