Amsterdamse grootburger die vanaf 1805 bestuursfuncties bekleedde. Maakte deel uit van het patriciaat en had banden met onder meer de regentenfamilies Van de Poll, Clifford en Corver Hooft. Was aanvankelijk bestuurder op financieel gebied in Amsterdam, maar kreeg in 1819 de leiding over de rijksbelastingen. In 1821 benoemd tot Eerste Kamerlid. In 1821 stemden Van Heeckeren van Enghuizen en hij als enige noordelijke leden tegen de ontwerp-Stelselwet van minister Appelius en op financieel gebied was hij vaker in de oppositie.