Erudiete zoon van een rijke patriot, met grote culturele en wetenschappelijke belangstelling. Zijn vader werd door stadhouder Willem V tijdens de patriottentijd uit zijn ambten gezet. Hijzelf kon pas pas tijdens de Bataafse Tijd bestuurlijk actief worden, onder andere als curator van de Leidse Hogeschool en lid van het Wetgevend Lichaam. Gematigd unitarist. Onder Lodewijk Napoleon was hij korte tijd minister. Koning Willem I benoemde hem Gouverneur van het zuidelijk deel van Holland en later tot Eerste Kamerlid.