Zoon van een Hoornse regent, die zelf op jeugdige leeftijd in het stadsbestuur van Enkhuizen kwam. Aanhanger van het stadhouderlijk bewind en de eerste jaren van de Bataafse Republiek daarom ambteloos. Keerde in 1801 terug in het bestuur en werd ook landelijk op dat gebied actief. Schimmelpenninck benoemde hem in 1805 tot secretaris van staat van Binnenlandse Zaken, in welke functie hij in 1806 de eerste landelijke Schoolwet invoerde. Na de Franse tijd opnieuw minister en daarna Tweede en Eerste Kamerlid. IJverig en niet onbekwaam, maar wel tamelijk zelfingenomen Hollandse regent.