Belgische edelman, die in september 1815 de eerste voorzitter van de Eerste Kamer werd. Hij bleef dat tot oktober 1818 en wisselde daarna het voorzitterschap jaarlijks af met de Noord-Nederlander Röell. In augustus 1814 commissaris-generaal van justitie voor het voorlopig bewind in de Oostenrijkse Nederlanden. Die functie verruilde hij in 1815 met de commissaris-generaal voor het toezicht en beleid der politie. In 1815 maakte hij deel uit van de Grondwetscommissie en werd hij, naast Eerste Kamerlid, minister van staat en lid van de kabinetsraad. Gematigd zuidelijk politicus, die vaak de zijde van de koning koos.