Gelderse orangistische edelman, die tijdens de Republiek belangrijke functies in Zeeland bekleedde. Zo was hij representant van de Eerste Edele van Zeeland en lid van Gecommitteerde Raden van Zeeland. Volgde in de Bataafse Tijd de prins-stadhouder naar Duitsland. Willem I benoemde hem in 1813 tot lid van de Grondwetscommissie en daarna kreeg hij zitting in de Staten-Generaal. Werd in 1815 benoemd tot Eerste Kamerlid, maar stierf korte tijd daarna.