Hoornse regent ten tijde van de Republiek en in de Franse tijd en daarna zevenenhalf jaar Tweede Kamerlid. Voltooide rechtenstudies aan de universiteiten van Harderwijk en Utrecht en was onder meer schepen van Hoorn en later onderprefect en lid van de stedelijke raad van Hoorn. Had zitting in de Notabelenvergadering van 1814 en de Dubbele Staten-Generaal van 1815 waarin over de Grondwet werd beslist.