Officier van justitie uit Zutphen, die in 1848 Tweede Kamerlid werd; eerst in de Dubbele Tweede Kamer die over de Grondwetsherziening besliste en daarna vier maanden als 'gewoon' lid. Zeven jaar daarvoor was hij Statenlid in Gelderland geworden. Vanaf 1855 procureur-generaal bij het Gerechtshof in Arnhem. Zijn vader was eveneens Tweede Kamerlid.