Utrechtse landeigenaar en bestuurder, die in 1814 zitting had in de Notabelenvergadering en na 1840 vijf jaar lid was van de Tweede Kamer. Zoon van een diplomaat en bestuurder in Brabant. Kreeg tijdens de inlijving bij Frankrijk zijn eerste bestuursfunctie en was na 1813 burgemeester en wethouder van de stad Utrecht en daarna twaalf jaar gedeputeerde van de gelijknamige provincie.