Bankierszoon uit een tot het Amsterdamse stedelijke patriciaat behorende familie. Hijzelf bekleedde eveneens enkele bestuursfuncties. Zo was hij commissaris van de zandpaden naar Muiden, Naarden en Weesp. Woonde op de Keizersgracht en had een buiten in 's-Graveland. Was gelieerd aan de voorname regentenfamilie Dedel. Tweede Kamervoorzitter in de zitting 1840/1841.