Rechtsgeleerde die in de Bataafse tijd en onder Willem I en II rechtelijke functies bekleedde en in 1825 Tweede Kamerlid werd. Gematigd voorstander van hervormingen, pleitbezorger van vrijhandel en tegenstander van de doodstraf en van lijfstraffen. In 1830 voorstander van splitsing van het Koninkrijk, waarbij in Noord en Zuid het Huis van Oranje-Nassau de dynastie zou blijven. Had een belangrijk aandeel in voorbereiding van en discussies over de nieuwe wetboeken. In 1838 werd hij vicepresident van de Hoge Raad en later president. Broer van Dirk Donker Curtius.