Lid van de Staten-Generaal en Tweede Kamer voor Zeeland uit de periode van koning Willem I. Telg van een Middelburgs regentengeslacht en zelf tijdens de Republiek afwisselend schepen en raad in de vroedschap. Was daarnaast onder meer ambachtsheer van Kattendijke en lid van de Admiraliteit. Ambteloos tijdens de Bataafs-Franse tijd. Na de herwonnen onafhankelijkheid in de adelstand verheven. Een zoon en kleinzoon werden beiden minister.