Gezagvol lid van de Tweede Kamer voor Friesland ten tijde van Willem I. Na zijn studie belastingambtenaar en secretaris van de grietenij (gemeente) Leeuwarderadeel. In 1819 door de landelijke stand gekozen tot Statenlid en in 1829 gedeputeerde. Als lid van een geheime staatscommissie hield hij zich met herziening van de Grondwet bezig. Enige tijd na zijn benoeming tot raadsheer verliet hij de Kamer, maar in 1848 was hij nog lid van de Dubbele Tweede Kamer die over de Grondwetsherziening besliste.