Bekwame liberale minister van Koloniën in het kabinet-Van Bosse/Fock, die mede dankzij zijn soepelheid en tactische inzicht een wettelijke regeling van de suikercultures in Nederlands-Indië tot stand wist te brengen. Ook voor de kwestie van het grondgebruik en grondbezit kwam hij met een wettelijke regeling. De Eerste Kamer verwierp in 1870 zijn Indische begroting, maar hij had toen al zijn ontslag ingediend vanwege zijn gezondheid. Voor zijn ministerschap als topambtenaar in Nederlands-Indië werkzaam bij de Algemene Secretarie en als departementsdirecteur.