Minister van Waterstaat in het eerste kabinet-De Geer. Royale Overijsselaar; nazaat van dominee De Cock, voorman van de afgescheidenen uit de negentiende eeuw. Advocaat, wethouder en bankdirecteur in Zwolle en later lange tijd gedeputeerde. Deed in 1912 in het district Ommen een vergeefse poging om tot Tweede Kamerlid te worden gekozen. Had aanvankelijk door zijn losse optreden het gehoor van de Kamer, maar verloor die sympathie later deels weer. Uitermate langzaam in het spreken. Bediende zich soms van verfijnde humor. Bracht wettelijke regelingen voor de luchtvaart en de radio-omroep tot stand.