Officier die als luitenant-generaal in 1918 werd belast met de waarneming van het Opperbevel van Land- en Zeemacht. Als minister in het eerste kabinet-Ruijs de Beerenbrouck kwam hij met een voorstel voor een Dienstplichtwet, waardoor de duur van de eerste oefening zou worden bekort en er een kernleger zou komen. Verzet in de Kamer tegen dit 'poppenleger' leidde ertoe dat er al na een jaar een einde kwam aan zijn ministerschap.