Koloniale deskundige van protestanten huize die in drie kabinetten minister was. Was vanaf 1883 in Nederlands-Indië bestuursambtenaar en later directeur van het Binnenlands Bestuur en regeringscommissaris voor de reorganisatie van het bestuur van Indië. Volgde in 1919 Idenburg op als minister van Koloniën en behield die functie in het volgende kabinet. Kreeg toen de bijnaam 'Simon de Leugenaar', vooral vanwege zijn ongelukkige optreden rond de exploitatie van olievelden in Djambi. Bracht in 1922 de Bestuurshervormingswet tot stand en in 1925 de Wet op de Indische Staatsinrichting. Keerde in het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck III terug als minister. Gold als een tamelijk behoudende en nogal precieze administrateur.