Liberaal officier en militair publicist, die in het kabinet-Thorbecke III een maand minister van Oorlog was. Trad af vanwege zijn overspannenheid. Bij zijn benoeming tot minister was hij door Thorbecke min of meer voor een voldongen feit geplaatst. Was voor en na zijn ministerschap chef van de Generale Staf. Weigerde in 1875 een nieuwe benoeming tot minister, omdat hij voorstander van afschaffing van de plaatsvervanging in het leger was.