Drs. B.J. (Bé) Udink

foto Drs. B.J. (Bé) Udinkvergrootglas

Econoom die op 3 april 1967 op zijn autoradio toevallig hoorde dat hij minister voor Ontwikkelingssamenwerking zou worden in het kabinet-De Jong, hoewel hij De Jong nog nooit had ontmoet. Praatgrage man, niet vrij van pedanterie. Wist begrotingsnorm van 1 procent ontwikkelingshulp vast te leggen door met aftreden te dreigen. Voerde in 1971 als lijsttrekker van de CHU een verkiezingscampagne waarin 'law and order' centraal stonden. Minister van Volkshuisvesting in het kabinet-Biesheuvel I en II. Voerde de huurharmonisatie in waarover de linkse oppositie hem fel aanviel. Speelde na zijn ministerschap een belangrijke rol bij de ondergang van het OGEM-concern.

CHU
in de periode 1967-1973: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister

voornamen (roepnaam)

Berend Jan (Bé)

personalia

geboorteplaats en -datum
Deventer, 12 februari 1926

overlijdensplaats en -datum
Rotterdam, 24 mei 2016

levensbeschouwing
  • Hervormd (opgevoed)
  • Remonstrants

partij/stroming

partij(en)
  • CHU (Christelijk-Historische Unie), tot 11 oktober 1980
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980

hoofdfuncties en beroepen

  • adjunct-secretaris Kamer van Koophandel en Fabrieken te Rotterdam, van 1953 tot 1958
  • secretaris Kamer van Koophandel en Fabrieken te Rotterdam, van 1958 tot 1 juli 1962
  • buitengewoon lector haveneconomie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1 juni 1959 tot 1964 (benoemd in juni 1959)
  • algemeen directeur CKH (Centrale Kamer voor Handelsbevordering) te 's-Gravenhage, van 1 juli 1962 tot 5 april 1967
  • lid Rijnmondraad, van 14 september 1965 tot 5 april 1967
  • minister zonder portefeuille, belast met de aangelegenheden betreffende de hulp aan ontwikkelingslanden, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971
  • fractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 april 1971 tot 6 juli 1971
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 6 juli 1971
  • minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 6 juli 1971 tot 11 mei 1973
  • minister van Verkeer en Waterstaat, van 21 juli 1972 tot 11 mei 1973
  • lid en vicevoorzitter Raad van Bestuur bouw- en handelsconcern N.V. OGEM, van 1 september 1973 tot 1 januari 1978
  • voorzitter Raad van Bestuur bouw- en handelsconcern N.V. OGEM, van 1 januari 1978 tot 1 maart 1980

partijpolitieke functies

  • voorzitter protestants-christelijke fractie, Rijnmondraad
  • politiek leider CHU, van 20 juni 1970 tot 6 juli 1971
  • lid commissie gezamenlijk urgentieprogramma KVP, ARP, CHU 1971-1975, van augustus 1970 tot oktober 1970

lijsttrekkerschap etc.
  • lijsttrekker CHU Tweede Kamerverkiezingen 1971, van 20 juni 1970 tot 28 april 1971

nevenfuncties

  • directeur vervoerswetenschappelijk centrum, van 1958 tot 1962
  • lid Nationale Raad van Advies inzake Hulpverlening aan minderontwikkelde landen, van 26 januari 1964 tot 5 april 1967
  • lid commissie internationale sociaal-economische aangelegenheden, SER (Sociaal-Economische Raad), tot 1967
  • lid commissie voor de toelating van Registeraccountants, tot april 1967
  • voorzitter Raad van Commissarissen drukkerij N.V. "Libertas" te Utrecht
  • lid Raad voor de Waterstaat, vanaf 1 maart 1975

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Hogere Burgerschool te Utrecht

academische studie
  • economie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 10 september 1945 tot 13 juni 1952
  • studie "Ecole des Hautes Etudes Commerciales", Universiteit van Lausanne, van 1946 tot 1947

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Richtte sinds 1968 de ontwikkelingshulp op een groep van twaalf landen, de concentratielanden. Naast Suriname en de Nederlandse Antillen waren dat Indonesië, India, Pakistan, Soedan, Tanzania, Kenia, Oeganda, Nigeria, Tunesië, Colombia en Peru.
  • Bracht in 1969 de Nota "Toetsing van de Nederlandse Ontwikkelingssamenwerking" uit. Hierin worden betere beleidsvoorbereiding, intensievere toetsing en wetenschappelijk onderzoek van de effecten van ontwikkelingshulp aangekondigd. Er wordt gekozen voor een meer kwantitatieve benadering met objectieve criteria. Verbetering van de kwaliteit van de hulp komt centraal te staan. (9.800-V, 62)
  • Stelde in 1970 de Nationale Commissie Ontwikkelingsstrategie in, die onder voorzitterschap stond van prins Claus. Deze commissie moest voorlichting geven over ontwikkelingssamenwerking en de bewustwording van de ontwikkelingsproblematiek vergroten.
  • Stimuleerde de oprichting (in 1971) van het Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden (CBI)
  • Bracht in 1972 als minister van Volkshuisvesting samen met staatssecretaris Buck de Nota Volkshuisvesting uit. Hierin wordt de stand van de volkshuisvesting en het toekomstige huisvestingsbeleid uiteengezet. Doel van het beleid is het bevorderen van passende en betaalbare huisvesting voor alle lagen van de bevolking. Woningen moeten op de markt worden gebracht voor de economische prijs die zij moeten opbrengen om geproduceerd en in stand te worden gehouden. Degenen die deze prijs niet kunnen opbrengen, worden geholpen. Naast aandacht voor het tekort aan nieuwe woningen, moet vervanging van slechte woningen prioriteit krijgen. Aangekondigd wordt dat de dynamische-kostprijsmethode zal worden geïntroduceerd en dat de objectsubsidiëring wordt afgeschaft, omdat daarbij onvoldoende rekening kan worden gehouden met bijzondere omstandigheden van de bewoner. Er wordt voor bestaande woningen een huurverhoging van 20% voorgesteld om zo aan te sluiten bij de kosthuurprijs van nieuwbouwwoningen. De huren zullen jaarlijks trendmatig worden aangepast aan de kostenstijging. Er komt een algemeen systeem van individuele huursubsidies. (11.784)
  • Bracht in 1972 samen met de minister Langman de Nota over het Noorden des Lands uit. Het Noorden krijgt een grotere rol bij het ontlasten van de overvolle Randstad, onder andere door vestiging (spreiding) van rijksdiensten. (12.010)
  • Breidde per 1 september 1972 de huurliberalisatie van woninghuren uit. Het geliberaliseerde gebied werd daarbij vergroot met 166 gemeenten in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. Hierdoor is in deze gebieden de huur niet langer aan een maximum gebonden. Huurder en verhuurder kunnen beiden de huur opzeggen. Voor de huurder geldt wel een ontruimingsbescherming. Bovendien is de huuropzegging omkleed met waarborgen.
  • Bracht in 1972 samen met minister Geertsema de nota over de ontwikkeling van de Haagse agglomeratie uit. Daarin wordt de spreiding van rijksdiensten naar onder andere Groningen en Limburg aangekondigd. (12.043)
  • Diende in 1972 samen met minister Langman en staatssecretaris Scholten het wetsvoorstel Wet selectieve investeringsregeling in. Dit voorstel werd in 1974 in het Staatsblad gebracht. (12.045)
  • Als minister van Verkeer en Waterstaat zette hij het beleid van zijn voorganger Drees voort, dat er op gericht was te komen tot sturing van de mobiliteit via een geïntegreerd verkeer- en vervoersbeleid. Openbaar vervoer moest worden gestimuleerd vanwege de nadelen van (individueel) autoverkeer.

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1969 samen met minister Witteveen de Wet herverzekering investeringen (Stb. 268) tot stand. De staat kan verzekeringen in herverzekering nemen die een verzekeraar heeft afgesloten ter dekking van niet-commerciële risico's (bijvoorbeeld politieke instabiliteit) verbonden aan investeringen in bepaalde landen. (9.633)
  • Bracht in 1970 de Wet inzake de oprichting van de Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingssamenwerking (Stb. 237) tot stand. (10.003)
  • Bracht in 1970 een wet tot stand tot goedkeuring van de op 29 juli 1969 te Jaoende ondertekende associatie-overeenkomst tussen de E.E.G. en de geassocieerde Afrikaanse staten, alsmede een wet tot goedkeuring van een associatie-overeenkomst van de E.E.G. met Tanzania, Oeganda en Kenya (10.606, 10.607)
  • Bracht in 1973 een wijziging (Stb. 253) van de Wet Autovervoer Personen tot stand, waardoor het onderscheid tussen huurauto's en taxi's in die wet verdwijnt, het uitoefenen van het taxibedrijf aan een vergunning wordt gebonden, er grotere vrijheid komt bij het kiezen van een standplaats en gedeputeerde staten een gemeenschappelijke regeling over samenwerking van taxibedrijven kunnen opleggen. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door staatssecretaris Keyzer. (11.319)
  • Bracht in 1973 samen met minister Van Agt een wijziging van de Wegenverkeerswet (Stb. 282) tot stand, waardoor een bloedproef op alcoholgebruik in het verkeer mogelijk werd en de strafmaat voor rijden onder invloed wordt verhoogd. (10.038)

wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in juni 1970 door de Unieraad van de CHU tot lijsttrekker gekozen, waarbij hij Kruisinga en Mellema versloeg
  • Sprak zich als lijsttrekker van de CHU in 1971 uit voor handhaving van gezag en orde. Baarde opzien door een trucfoto waarop hij als langharige was afgebeeld. Op de wijze waarop campagne was gevoerd, werd - na de verkiezingsnederlaag - intern de nodige kritiek geuit.
  • Legde in 1980 het voorzitterschap van de Raad van Bestuur van OGEM neer, nadat hem daarom door de Raad van Commissarissen was verzocht. Er was onder meer kritiek op het concernbeleid, zoals de voorgenomen maar later weer afgeblazen overname van Nederhorst Bouw en de omstreden deelneming van OGEM in een Duitse bouwonderneming.

uit de privésfeer
  • Dook in 1944 onder bij het gezin van zijn latere echtgenote Van Drumpt
  • Zijn vader was directeur van een biscuitfabriek

anekdotes en citaten
  • Godfried Bomans schreef over hem: "Een man met een hoofd dat alleen maar in Nederland voorkomt en waar je altijd een loket om heen denkt." Udink zou daar smakelijk om hebben gelachen.

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Utrecht
  • Rotterdam, vanaf 1949 (nog in 1971)
  • Brussel
  • Goedereede

ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 8 juni 1973

militaire dienst
  • weigerde militaire dienst

publicaties/bronnen

publicaties
"Tekst en Uitleg. Over sturen en gestuurd worden, ervaringen in politiek en bedrijf" (1986)

literatuur/documentatie
  • Staatscourant, 6 april 1967
  • Interview door Jeroen Terlingen in: "Vrij Nederland", 29 september 1984
  • Frank Vermeulen, "Een ministerschap via de autoradio", NRC Handelsblad, 27 mei 2016
  • J. van Merriënboer, "'Een fraai gesneden hoofd, waar omheen men niettemin de omlijsting van een loket ziet'", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2016, 132

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Utrecht, oktober 1949 (kerkelijke inzegening 6 oktober)

echtgeno(o)t(e)/partner
A. van Drumpt, Anneke (Ank)

kinderen
3 kinderen

vader
G.J.J. Udink, Gerrit Jan Johannes

geboorteplaats en/of -datum
Deventer, 14 april 1893

moeder
A. Lucht, Aleida

geboorteplaats en/of -datum
Deventer, 3 maart 1892

beroep grootvader (vaderskant)
pakhuisknecht

beroep grootvader (moederskant)
koopman

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.