Dr. W.H. van den Berge

foto Dr. W.H. van den Bergevergrootglas

Uitermate deskundig fiscalist die staatssecretaris was in het kabinet-Drees III en nadien in het kabinet-De Quay en kabinet-Marijnen. Trad als 18-jarige voorzien van een Zeeuws hbs-diploma in dienst van 's rijks belastingen. Gedurende vele jaren als directeur-generaal, als regeringscommissaris en als staatssecretaris leidinggevend aan de belastingwetgeving. Studeerde universitair naast zijn dagelijkse ambtelijke werk. Stond ook in internationaal overleg zijn mannetje. In vergaderingen van de ministerraad schakelde de minister-president hem vaak in om een besluit exact te formuleren. Ook daarin was hij een meester. Eindigde zijn loopbaan als staatsraad.

partijloos
in de periode 1953-1980: staatssecretaris, lid Raad van State

voornamen

Willem Hendrik

personalia

geboorteplaats en -datum
Tholen, 19 februari 1905

overlijdensplaats en -datum
Leidschendam, 19 februari 1987

partij/stroming

partij(en)
partijloos

partij waarop werd gestemd
PvdA (Partij van de Arbeid)

hoofdfuncties en beroepen

  • surnumerair der belastingen, van 1 juli 1926 tot 1 februari 1928
  • adjunct-inspecteur der belastingen, Afdeling Accijnzen, ministerie van Financiën, van 1 februari 1928 tot 1 november 1931
  • tijdelijk belast met de leiding van de inspectie te Hansweert, 1929
  • inspecteur der directe belastingen, Bureau Contentieus, Afdeling Invoerrechten en Accijnzen, vanaf 1 november 1931
  • inspecteur der directe belastingen, Bureau Accijnzen, Afdeling Invoerrechten en Accijnzen, tot 1 mei 1944
  • hoofd Afdeling Accijnzen, Administratie der Belastingen, van 1 mei 1944 tot 1 juli 1945
  • plaatsvervangend directeur-generaal der Belastingen (titel: raadadviseur), ministerie van Financiën, van 1 juli 1945 tot 1 januari 1950
  • directeur-generaal Fiscale Zaken in algemene dienst, ministerie van Financiën, van 1 januari 1950 tot 1 februari 1953
  • staatssecretaris van Financiën (belast met fiscale aangelegenheden), van 2 februari 1953 tot 13 oktober 1956
  • regeringscommissaris voor de belastingen, van 5 november 1956 tot 27 mei 1959
  • staatssecretaris van Financiën (belast met fiscale aangelegenheden), van 27 mei 1959 tot 14 april 1965
  • lid Raad van State, van 1 juni 1965 tot 1 maart 1980 (benoemd bij K.B. van 24 mei 1965)

nevenfuncties

  • voorzitter Commissie Belastingvereenvoudiging, vanaf september 1948
  • lid Raad van Commissarissen constructie- en machinefabriek "Hollandia" te Krimpen aan den IJssel, van 1965 tot 1972
  • lid VN-commissie van fiscale experts industrielanden en ontwikkelingslanden, van 1968 tot 1980
  • voorzitter ANV (Algemeen Nederlands Verbond), vanaf 1968 (nog in 1975)
  • lid Staatscommissie vereenvoudiging en codificatie sociale-zekerheidswetgeving (Staatscommissie-Veldkamp), van 1 april 1969 tot 9 november 1982
  • lid bestuur "Stichting Lubbers" te Krimpen aan den IJssel, van 1974 tot 19 februari 1987
  • adviseur Drs. R.F.M. Lubbers
  • raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof te 's-Gravenhage
  • voorzitter Internationale Douaneraad
  • lid curatorium Stichting tot Organisatie van de Federatieve Examens voor Belastingconsulent en Belastingassistent

afgeleide functies, presidia etc.
  • lid afdeling Buitenlandse Zaken (Raad van State)
  • lid afdeling Financiën (Raad van State)
  • lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State)

comités van aanbeveling, erefuncties etc.
erevoorzitter Internationale Douaneraad

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Rijks Hogere Burgerschool te Goes, tot juni 1922

hoger beroepsonderwijs
  • vakopleiding belastingen (examen surnumerair directe belastingen, invoerrechten en accijnzen), tot oktober 1925

academische studie
  • Nederlands recht: belastingrecht, Rijksuniversiteit Leiden, tot 9 september 1939

promotie
  • rechtsgeleerdheid, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, 8 april 1949

activiteiten

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1954 de Wet op de omzetbelasting 1954 (Stb. 558) tot stand, die in plaats kwam van het Besluit Omzetbelasting 1940. De wet voerde het zogenoemde cascadestelsel in, waarbij iedere fase die een product doorloopt van producent tot verbruiker werd belast. De wet ging op 1 januari 1955 in. Het wetsvoorstel was in 1952 ingediend door minister Lieftinck. (2.602)
  • Bracht in 1956 de Successiewet 1956 (Stb. 362) tot stand, die een nieuwe regeling voor belastingheffing over erfenissen invoert. Voor charitatieve en maatschappelijke organisaties die een legaat ontvangen, geldt een vrijgesteld bedrag en een gematigd (vast) bedrag. Ook schenkingen vóór overlijden vallen deels onder het Successierecht. Pensioenrechten zijn vrijgesteld van successierechten. Het wetsvoorstel was in 1948 ingediend door minister Lieftinck. (915)
  • Bracht in 1959 samen met minister Beerman de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen in het Staatsblad (Stb. 301). Deze wet bevat formele regels voor de heffing van rijksbelastingen zoals de loon- en inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, vermogensbelasting, motorrijtuigenbelasting en omzetbelasting. Daarnaast bevat de wet regels over de aangifte, de aanslagregeling, de navordering, de rechtsmiddelen, de termijnen, de verplichtingen tot het verstrekken van inlichtingen en tot inzage in boeken en bescheiden, alsmede het recht van toegang tot gebouwen en gronden. Het wetsvoorstel was in 1955 ingediend en in 1958 door de ministers Hofstra en Samkalden in de Tweede Kamer verdedigd. (4.080)
  • Bracht in 1960 samen met de ministers Luns, De Pous, Zijlstra, Marijnen en Van Rooy en staatssecretaris Stijkel de wet tot Goedkeuring van het Verdrag tot instelling van de Benelux-Economische Unie tot stand. De wet ratificeert het op 3 februari 1958 in Den Haag ondertekende verdrag tussen Nederland, België en Luxemburg over de economische unie van deze landen. Verder werden de beginselen van vrij onderling dienstenverkeer en coördinatie van nationale wetgeving op het gebied van verkeer, vennootschappen en handel vastgelegd. Het wetsvoorstel was in 1958 ingediend. (5.172)
  • Bracht in 1960 de Wet op de vennootschapsbelasting 1960 en de Wet op de dividendbelasting 1960 tot stand, die het in 1940 tot stand gekomen Besluit op de vennootschapsbelasting herzag. Er kwam onder meer een gedifferentieerd tarief voor uitgekeerde en ingehouden winsten. Verder waren er wijziging van de winstbepaling bij coöperaties, van de vrijstelling van lichamen als deelnemers in vennootschappen en werd deels het tarief verlaagd. (6.000)
  • Bracht in 1961 de Algemene Wet inzake de douane en de accijnzen (Stb. 31) tot stand, die de uit 1822 daterende algemene wet vervangt. De wet bevat algemene regels voor het stelsel van formaliteiten bij in-, uit- en doorvoer; voor de douane-entrepots; aangifte en documenten, verzegeling en bewaring; verificatie en visitatie; invordering; boeten en beroep en bezwaar. Het wetsvoorstel was in 1957 ingediend door minister Hofstra. (5.005)
  • Bracht in 1961 de Wet op de loterijbelasting (Stb. 313) tot stand. Op grond hiervan kan belasting worden geheven op prijzen die worden gewonnen bij binnenlandse kansspelen. De heffing vindt plaats door inhouding op de prijs. Prijzen tot f 1000 waren belastingvrij. In 1964 wijzigt de naam in Wet op de kansspelbelasting. (5.787)
  • Bracht in 1961 een wet tot stand over een fiscale voorziening ten gunste van de werkende gehuwde vrouw. Op de uniforme loonbelastingheffing op het loon van de gehuwde vrouw worden enkele kortingen doorgevoerd. (6.534)
  • Bracht in 1964 de Wet op de accijns op minerale oliën (Stb. 207) en de Wet op de accijns van tabaksfabrikaten (Stb. 208) tot stand. Er komt een accijns op petroleum, stookolie, gasolie etc. In de huishouding gebruikte oliën worden echter niet belast. De wet op de tabaksaccijns vervangt een wet uit 1921. Beide wetten sluiten aan op de vernieuwde algemene belastingwetgeving. (7.185 & 7.186)
  • Bracht in 1964 de Rijkswet houdende een belastingregeling voor het Koninkrijk (Stb. 425) tot stand, die de onderlinge fiscale territora tussen de rijksdelen afbakent en die dubbele belastingheffing moet voorkomen. Er komt wederzijdse bijstand bij belastingheffing. (7.181)
  • Bracht in 1964 samen met minister Witteveen de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 (Stb. 512), Wet op de Loonbelasting 1964 (Stb. 514) en Wet op de Vermogensbelasting 1964 (Stb. 513) tot stand. Door deze algehele belastingherziening wordt onder meer het afsluiten van levensverzekeringen fiscaal aantrekkelijker. Verder wordt de loonbelastinggrens opgetrokken. De herziening leidt tot belastingverlichting. De wetsvoorstellen waren in 1958 ingediend door minister Hofstra. (5.380)

wetenswaardigheden

algemeen
  • Weigerde in 1973 het voorzitterschap van de commissie over afsluiting van de Oosterschelde

uit de privésfeer
  • Vader van mr. A.P. van den Berge, dijkgraaf van Delfland
  • Zijn vader was PTT-ambtenaar (postbesteller)

woonplaats(en)/adres(sen)
Voorburg, Laan van Leeuwesteyn 84, omstreeks 1939 en nog in 1955

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, juli 1950
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 21 november 1956
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, februari 1980

overige onderscheidingen en prijzen
Grootofficier in de Huisorde van Oranje, juli 1966

publicaties/bronnen

publicaties
"Beginselen van de belastingheffing" (dissertatie, 1949)

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Terneuzen, 15 december 1927

echtgeno(o)t(e)/partner
H.C. Visser, Helena Cornelia

kinderen
2 zoons en 1 dochter

vader
A. van den Berge, Adriaan

geboorteplaats en/of -datum
Goes, 17 december 1869

moeder
K. van den Boogaart, Katelientje

geboorteplaats en/of -datum
Goes, 28 november 1876

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.