Vakbondsman in de KVP- en CDA-Tweede Kamerfracties met volkshuisvesting en loonpolitiek als specialismen. Kwam door combinatie van functies regelmatig in de knel tussen regengestelde belangen van de vakbeweging en de KVP over de sociale politiek. Zo stemde hij als lid van het partijbestuur vóór het beleid van de fractie in de Nacht van Schmelzer, dat leidde tot de val van het kabinet-Cals. De vakbeweging had voor dat beleid geen goed woord over. Als lid van de KVP-fractie zat hij in een moeilijk parket bij het verzet tegen de vorming van het kabinet-Den Uyl, waar de vakbeweging sterk voor was. Kreeg steeds meer moeite met die spagaat. Zijn gezag in eigen kring leed daar ook onder. In 1979 vertrok hij naar het eerste rechtstreeks gekozen Europees Parlement.