Drs. N.J. (Nell) Ginjaar-Maas

foto Drs. N.J. (Nell) Ginjaar-Maasvergrootglas

Vooraanstaande onderwijsdeskundige in de VVD. Net als haar echtgenoot Leendert (minister, partijvoorzitter, Eerste Kamerlid) van huis uit scheikundige. Was zelf werkzaam in het onderwijs. In 1973 Tweede Kamerlid. Verdedigde met succes een initiatiefwetsvoorstel over de MO-opleidingen. Als staatssecretaris in de kabinetten-Lubbers I en II bracht zij wetten tot stand over onder meer leerlingenvervoer en onderwijs aan allochtone kinderen. Keerde in 1989 terug als Tweede Kamerlid en was toen nog enige tijd voorzitter van de vaste commissie voor het Midden- en Kleinbedrijf. Extroverte vrouw met gevoel voor humor.

VVD
in de periode 1973-1993: lid Tweede Kamer, staatssecretaris

voornamen (roepnaam)

Nelly Jeanne (Nell)

personalia

wijziging in naam en/of titulatuur
N.J. Maas

geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 7 mei 1931

overlijdensplaats en -datum
Corsica (Frankrijk), 24 april 2012

levensbeschouwing
  • Hervormd, tot 1 mei 2004
  • Protestants

partij/stroming

partij(en)
VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie)

hoofdfuncties en beroepen

  • lerares scheikunde, Openbaar "Rijswijks Lyceum" te Rijswijk (Z.H.), van 1960 tot 1973
  • lerares maatschappijleer, Openbaar "Rijswijks Lyceum" te Rijswijk (Z.H.), van 1960 tot 1973
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 september 1973 tot 4 november 1982
  • staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen (belast met voortgezet onderwijs; vanaf 1986 basisonderwijs en voortgezet onderwijs), van 5 november 1982 tot 7 november 1989
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 14 juli 1986
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 september 1989 tot 25 september 1993

takenpakket (bewindspersoon)
  • Was als staatssecretaris in het eerste kabinet-Lubbers belast met de aangelegenheden op het terrein van het directoraat-generaal voor het Voortgezet Onderwijs, met dien verstande 1. dat, met inachtneming van de eerste verantwoordelijkheid van de minister, tevens tot haar taak werd gerekend ontwikkeling en vernieuwing van het voortgezet onderwijs en de daarmee verband houdende planning; 2. dat niet tot haar taak werd gerekend de coördinatie van het onderwijsvoorrangsbeleid.
  • Was als staatssecretaris in het tweede kabinet-Lubbers belast met de aangelegenheden op het terrein van 1. het directoraat-generaal voor het Basisonderwijs; 2. het directoraat-generaal voor het Voortgezet Onderwijs, met dien verstande a. dat, met inachtneming van de eerste verantwoordelijkheid van de minister, tevens tot haar taak werden gerekend de aangelegenheden met betrekking tot de eindtermen van basisonderwijs, de ontwikkeling en vernieuwing van het voortgezet onderwijs en de met het voortgezet onderwijs verband houdende planning en b. dat niet tot haar taak werden gerekend de aangelegenheden met betrekking tot de volwasseneneducatie en de beroepseducatie voor volwassenen.

partijpolitieke functies

  • voorzitter werkgroep op locaal niveau VVD, tot 1973
  • secretaris landelijke partijcommissie VVD, tot 1973
  • vicevoorzitter Vrouwen in de VVD
  • lid VVD-commissie kandidaatstelling Tweede Kamer, vanaf juni 1996

nevenfuncties

  • kroonlid Universiteitsraad, Rijksuniversiteit Leiden
  • lid werkgroep onderwijs, nationale commissie UNESCO (United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization)
  • voorzitter Vrouwenbelangen te 's-Gravenhage
  • lid Raad van Bestuur Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten te 's-Gravenhage
  • lid Commissie van Advies en Bijstand Koninklijk Conservatorium te 's-Gravenhage
  • lid hoofdbestuur Vereniging voor Openbaar Onderwijs
  • lid bestuur AZL (Academisch Ziekenhuis Leiden)
  • voorzitter Studie- en ontwikkelingscentrum voor de volwasseneneducatie, vanaf januari 1990
  • lid besturen onderwijs-organisaties/instellingen, omstreeks januari 1990 en nog in maart 1993
  • lid Raad van Advies N.V. ABN AMRO Bank, vanaf april 1990
  • lid bestuur NCB (Nederlands Centrum Buitenlanders), vanaf 1 mei 1992
  • voorzitter curatorium "Roosevelt Studiecentrum" te Middelburg, omstreeks maart 1993
  • voorzitter tijdelijke wetenschappelijke commissie minderheden, omstreeks maart 1993
  • voorzitter stuurgroep profiel tweede fase h.a.v.o./v.w.o., vanaf 23 september 1993
  • voorzitter stuurgroep Techniek primair onderwijs, vanaf 8 oktober 1993
  • lid Raad voor de Openluchtrecreatie, vanaf 1 december 1994
  • voorzitter bestuur Stichting Omroep Zeeland, van 1 mei 1995 tot 1 oktober 2002
  • voorzitter Adviescommissie onderwijs-arbeidsmarkt (in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs), vanaf februari 1996
  • lid Onderwijsraad, vanaf 1 november 1997
  • voorzitter Raad van Toezicht Mastersopleidingen aan de Hogeschool Zeeland, tot 24 juni 2005
  • voorzitter Raad van Toezicht "Roosevelt Academy" te Middelburg, van 2002 tot 1 mei 2006

afgeleide functies, presidia etc.
  • ondervoorzitter vaste commissie voor Onderwijs en Wetenschappen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 januari 1978 tot 30 september 1981
  • voorzitter bijzondere commissie Inventarisatie van voorzieningen voor gehandicapten (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 13 april 1978 tot 5 november 1982
  • voorzitter vaste commissie voor Onderwijs en Wetenschappen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 30 september 1981 tot 5 november 1982
  • voorzitter vaste commissie voor het Midden- en Kleinbedrijf (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 november 1989 tot 26 november 1991
  • ondervoorzitter vaste commissie voor Onderwijs en Wetenschappen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 november 1989 tot 25 september 1993

opleiding

lager-/basisonderwijs
  • lagere school te Rotterdam, vanaf 1937
  • lagere school te Vlieland
  • lagere school te Scheveningen, tot 1943

voortgezet onderwijs
  • h.b.s.-b te Harderwijk, vanaf 1943
  • h.b.s.-b te Rotterdam, tot 1948
  • lager beroepsonderwijs te Laren (Gld.)
  • lager beroepsonderwijs te Putten (Gld.)

academische studie
  • scheikunde, Rijksuniversiteit Leiden, van september 1948 tot 22 februari 1956

eredoctoraten
  • eredoctoraat Bradford University, 24 maart 2000 (uitgereikt in Middelburg, wegens grote verdiensten voor het onderwijs)

activiteiten

als parlementariër
  • Was onderwijswoordvoerder (met name voortgezet onderwijs) van de VVD-Tweede Kamerfractie. Hield zich in de periode 1978-1981 ook bezig met landbouw en in de periode 1989-1993 met het midden- en kleinbedrijf.
  • Was in september 1976 woordvoerster van haar fractie bij het debat over de abortusvoorstellen
  • Interpelleerde op 23 juni 1977 de ministers Van Kemenade en De Gaay Fortman over de aanvangssalarissen van eerstegraadsleraren
  • Bracht in 1981 een initiatiefwet inzake de MO-opleidingen tot stand. Hierdoor komt er - vooruitlopend op definitieve regeling in de HBO-wet - een wettelijke grondslag voor de MO-opleidingen.

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1975 tot de minderheid van haar fractie die vóór een amendement-Dolman stemde om WAO-uitkeringen van gehuwde vrouwen voortaan met een lager tarief in de IB te belasten. Het amendement werd met met 69 tegen 68 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1976 tot de zes leden van haar fractie die tegen liberalisering van de Opiumwet stemden
  • Stemde in 1990 als enige van haar fractie vóór het wetsvoorstel Regeling bestuursoverdracht rijksscholen. Zij was in 1989 indiener van dit wetsvoorstel.

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1987 een plan van aanpak uit voor herziening van het stelsel van bekostiging in het voortgezet onderwijs. Hierin wordt het voornemen om over te gaan tot lump sum-financiering verder uitgewerkt. De herziening moet leiden tot grotere doelmatigheid in de scholen en hen tevens meer beleidsvrijheid bieden. De bemoeienis van de rijksoverheid met de uitvoering op schoolniveau kan zo worden teruggedrongen. (19.848)

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1985 de Wet op de erkende onderwijsinstellingen (Stb. 407) tot stand, die onder meer regels stelt aan instellingen voor schriftelijk onderwijs. (18.197)
  • Bracht in 1985 een wet (Stb. 408) tot stand die het driegradenstelsel voor leraren in het voortgezet vervangt door een tweegradenstelsel. De keuze hiervoor wordt ingegeven door een ontwikkelingspsychologisch criterium (onderwijs aan leerlingen tot 16 jaar en onderwijs aan oudere leerlingen) en een kennis- en vaardigheidsniveau dat van de leraar wordt vereist. Voor de bovenbouw van havo/wvo en voor HBO wordt een eerste graad vereist. Het tweegradenstelsel wordt tevens grondslag voor de lerarenopleiding en voor de salarisstructuur. (18.525)
  • Bracht in 1985 een wet (Stb. 612) tot stand die het mogelijk maakt afdelingen voor h.a.v.o. te verbinden aan scholen voor middelbaar beroepsonderwijs. (18.391)
  • Bracht in 1986 een wet (Stb. 616) tot stand die (voortgezet) onderwijs in de taal van het land van oorsprong aan allochtone kinderen mogelijk maakte. Dagscholen voor v.w.o., a.v.o. en l.b.o. die aansloten op het basisonderwijs kregen de mogelijkheid tot het geven van dit onderwijs, naar analogie van het systeem dat gold voor het geven van godsdienstonderwijs op bijzondere scholen. Binnen het taalonderwijs mocht tevens aandacht worden geschonken aan de cultuur van het betreffende land. (18.961)
  • Bracht in 1986 samen met staatssecretaris De Graaff-Nauta de Wet gemeentelijke regelingen leerlingenvervoer (Stb. 719) tot stand, waardoor de kosten hiervoor via gemeentelijke regelingen worden vergoed, die daarvoor een bijdrage uit het Gemeentefonds krijgen. (18.841)
  • Bracht in 1987 een wet (Stb. 341) tot stand die bepaalt dat scholen in het voortgezet onderwijs moeten worden opgeheven als die nog slechts 30 leerlingen per leerjaar hebben. De wet wordt ingevoerd vanwege de dalende aantallen leerlingen. Fusies van scholen moeten erdoor worden bevorderd. (19.251)
  • Bracht in 1988 de Wet DOP (doorstroming onderwijspersoneel) (Stb. 283) tot stand. Door deze wet moet worden gestimuleerd dat onderwijspersoneel eerder kan uittreden, waardoor een betere doorstroming ontstaat en de gemiddelde leeftijd van het onderwijspersoneel wordt verlaagd. Daardoor kan vergrijzing worden tegengegaan en kunnen de personeelskosten worden verminderd. (21.101)

wetenswaardigheden

algemeen
  • In juni 1988 stond haar politieke toekomst op het spel toen de CDA-Tweede Kamerfractie een motie van afkeuring over haar voornemen om te bezuinigen op het speciaal onderwijs pas op het laatste moment niet bleek te steunen. Onder druk van minister Deetman zag het CDA af van steun, maar CDA-woordvoerder Hermes zei wel dat zij een een 'volstrekte onvoldoende' had behaald.

uit de privésfeer
Haar vader was directeur van de firma "Dirkzwager" N.V. te Maassluis

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Rijswijk (Z.H.), Prinses Margrietsingel 112, omstreeks 1975 en nog in 1981
  • Rijswijk (Z.H.), Ocarinalaan 296
  • Leidschendam, Virulylaan 42
  • Burgh-Haamstede, Westerseweg 1: Scaldeoort 63, omstreeks augustus 1990
  • Burgh-Haamstede, Rooiedal 8, omstreeks 1991

ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 20 november 1989

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • Trouw, 10 januari 1990 & 24 april 1990
  • Jan Franssen, "In memoriam Nell Ginjaar-Maaas (1931-2012)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2012, 167

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Rotterdam, 4 februari 1954 (echtgenoot overleden 18 september 2003)

kinderen
1 zoon en 2 dochters

vader
V.W. Maas, Victor Wilhelm

geboorteplaats en/of -datum
Rotterdam, 12 maart 1904

moeder
C.J. van den Broek, Cornelia Josina

geboorteplaats en/of -datum
Rotterdam, 24 april 1906

familierelaties
  • Echtgenote van L. Ginjaar, minister en Eerste Kamerlid

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.