Hoogleraar Romeins recht en internationaal privaatrecht aan de Vrije Universiteit die korte tijd minister en senator was. Zoon van een rechter, die ook politiek actief was. Meer geleerde dan politicus en in 1966 vrij onverwacht minister van Binnenlandse Zaken als opvolger van Smallenbroek. Ambieerde echter geen politieke loopbaan en na de post ook in het interimkabinet-Zijlstra te hebben vervuld, keerde hij terug naar de wetenschap. Werd in 1970 Commissaris van de Koningin in Utrecht. Speelde in 1977 als informateur met Vrolijk een rol bij de mislukte poging om een tweede kabinet-Den Uyl te formeren. Befaamd om zijn zeer geestige tafelspeeches.