Rotterdams socialistisch politicus, die een belangrijke rol speelde bij de revolutiepoging in november 1918 (de 'vergissing van Troelstra'). Meende dat de tijd daarvoor rijp was. Hij was afkomstig uit het onderwijs. Na een korte periode in de Tweede Kamer gezaghebbend wethouder van onderwijs en later financiën. Werd in 1923 Eerste Kamerlid. Installeerde als waarnemend burgemeester in 1941 de NSB'er Müller als burgemeester. Hoewel hij tijdens die plechtigheid duidelijk afstand nam van de NSB, viel hij bij zijn partij in ongenade en mocht hij in 1945 niet terugkeren in het parlement.