Conservatieve afgevaardigde voor het district Zwolle. Was burgemeester van enkele plattelandsgemeenten aan de monding van de IJssel en van de stad Kampen. In die plaats werd 'burgemeester Stoetwegen' bekritiseerd vanwege zijn conservatisme en vriendjespolitiek. Wond zich in 1866 volgens tijdgenoten zo op over de aanneming van de motie-Keuchenius, die in zijn ogen een schending van het koninklijk prerogatief betekende, dat hij na een beroerte overleed.