Antirevolutionair Eerste Kamerlid, dat tweemaal werd aangezocht als minister van Onderwijs. Was net als zijn vader hoogleraar aan de Vrije Universiteit; zeer belezen, arbeidzaam en geliefd bij de studenten. Vervulde diverse functies op onderwijskundig gebied, waarvan het voorzitterschap van de Onderwijsraad (drieëntwintig jaar) de belangrijkste was. In 1929 stond zijn naam al in de krant als nieuwe minister, maar er ontstond op het allerlaatste moment een probleem met de Vrije Universiteit. Was als Eerste Kamerlid een kampioen in het opsporen van fouten in wetsvoorstellen.