VVD-senator en provinciebestuurder. Zoon van een gedeputeerde van Overijssel en telg van een oud Overijssels adelsgeslacht. Werd na griffier van de Tweede Kamer te zijn geweest in 1931 Commissaris van de Koningin in Drenthe. Voerde tijdens de bezetting passief verzet door vaak afwezig te zijn. Toen hij te lang onvindbaar was, werd hij ontslagen. Na zijn pensionering in 1951 Eerste Kamerlid voor de VVD. Hield zich in de Senaat met uiteenlopende zaken bezig, maar was in het bijzonder deskundig op het gebied van verkeer en waterstaat. Prettige causeur, die zijn redevoeringen lardeerde met geestige beelden en anekdotes. Zijn broer was eveneens Commissaris van de Koningin.